Tidetable · Nr. 3 · 6 juli 2025

Over laat antwoorden op brieven

Een lezeres schreef me in maart. Ik antwoordde in juli. Een korte verontschuldiging die halverwege omsloeg in een verdediging van mijn trage antwoord.

Door Ilse Marrow · 2 minuten · Lees online

Een lezeres schreef me in maart over het essay over de veerboot. Ze was aan de overkant opgegroeid en herinnerde zich de scheepshoorn anders: twee korte stoten, zei ze, geen lange, en alleen bij mist. Het was een zorgvuldige, gulle brief van drie pagina’s, het soort waar je een avond over doet. Ik heb haar vorige week geantwoord. Het is juli.

Ik wil me hier, in het openbaar, bij haar verontschuldigen, omdat ze een sneller antwoord verdiende. Ik wil ook zeggen waarom ik niet zeker weet of ze er recht op had sneller antwoord te krijgen.

De snelheid van het gebeuren

De meeste berichten komen tegenwoordig binnen met de verwachting dat je ze beantwoordt in de tijd die nodig was om ze te versturen. Een brief als de hare vraagt om iets anders. Hij was langzaam geschreven, met opzet, en die traagheid maakte deel uit van wat hij zei: ik heb hierover nagedacht, en ik wil graag dat jij er ook over nadenkt. Een antwoord datzelfde avond nog geschreven zou beleefd zijn geweest. Het zou ook een vorm van weigering zijn geweest, een manier om de zaak af te sluiten in plaats van erop in te gaan.

Dus ben ik erop ingegaan. Ik ging terug naar de veerboot. Ik vroeg de dekmatroos naar mistseinen, en hij keek me aan alsof ik had gevraagd of boten drijven, en vertelde me vervolgens uitvoerig dat zij gelijk had.1 Ik vroeg het aan twee van de oude zwemmers, die het onderling oneens waren en het ook niet met haar eens waren. Ik las de havenvoorschriften, die niets ophelderen en heel lang zijn. Tegen de tijd dat ik terugschreef, had ik een beter antwoord dan het antwoord dat ik haar in maart zou hebben gestuurd, en drie nieuwe vragen om aan het slot te stellen.

Een kleine regel

Ik wil van mijn eigen wanorde geen deugd maken. Sommige brieven moeten meteen beantwoord worden, en ook daarin ben ik tekortgeschoten. Maar ik ben één regel gaan aanhouden, geleend van een vriend die een boekhandel runt: beantwoord een snel bericht snel en een langzaam geschreven brief langzaam, en doe het nooit andersom.

Mijn antwoord was, schreef ze terug, aangekomen op de ochtend van de eerste warme dag van het jaar. Ze zei dat het het wachten waard was. Ik vermoed dat ze aardig wilde zijn. Toch bewaar ik de brief.

Notities
  1. Twee korte stoten in de mist, één lange stoot bij vertrek bij helder weer. Het essay is gecorrigeerd, met een aantekening. Correcties zijn de nuttigste brieven die ik ontvang, en de brieven die ik het snelst beantwoord.

Je ontvangt deze brief omdat je erom hebt gevraagd op Tidetable. Als je je wilt uitschrijven, gebruik dan de link die je nieuwsbriefdienst hier toevoegt.